Wie dieren wil leren tekenen uit tekenboeken komt al gauw bij de volgende soort instructies terecht. “Hoe teken ik een kat in een x-aantal stappen?” Er wordt begonnen met basisvormen (zoals cirkels) en wat hulplijnen. In de volgende stappen komt het dier tevoorschijn. Het eindresultaat ligt vast.


Een creatievere benadering is om een dier, in het echt of van een afbeelding, eerst te observeren en pas tijdens het tekenen te kijken of je ergens misschien een basisvorm of hulplijn zou kunnen gebruiken. Deze benadering is toepasbaar op elk dier in elke houding. Ik laat je wat mogelijkheden zien.
Schetsmatig beginnen: Bij deze vogel uit een favoriete strip (Little Nemo in Slumberland) ben ik heel schetsmatig begonnen (links). Zo had ik meteen ongeveer de vorm van het lijf en de juiste lengtes en richtingen pakken. Uitwerken, met een gummetje bij de hand, werd daardoor makkelijker.

Verhoudingen en richtingen bepalen: Bij deze liggende leeuw, net niet helemaal van opzij en dus perspectivisch iets verkort (zie Perspectief deel 2), was het nodig om allereerst de verhouding te bepalen tussen de enorme kop en de rest van het lichaam, eventueel met hulplijntjes. Ook de schuine hulplijn van de voorpoten naar de achterkant was essentieel.

Verhoudingen en richtingen bepalen: tijdens het natekenen van een mier van een foto bleek het handig om de verhoudingen te bepalen tussen lichaamsdelen. Ook de hogere positie van de kop ten opzichte van de ‘staart’ was essentieel. Dat hoeft natuurlijk niet met strakke en gekleurde hulplijnen strak zoals hier. Belangrijk is dat je er oog voor krijgt. Eventuele hulplijntjes kun je licht en schetsmatig tekenen en later uitgummen.

Tekeningen met aardig wat meetwerk en hulplijnen gaat natuurlijk makkelijker met dieren van een afbeelding of foto, maar door dit te oefenen krijg je ook bij levende dieren sneller oog voor vormen, richtingen en verhoudingen.


SCHETSEN VAN LEVENDE DIEREN
Misschien vind je het net als ik leuk om schetsen te maken van levende dieren, bijvoorbeeld een huisdier of dieren in een dierentuin. Het is mooi om daar je eigen manier van tekenen in te vinden. Als dieren bewegen wordt je gedwongen om losser en vlotter te schetsen. Je kunt natuurlijk beginnen met slapende dieren. Al schetsend ga je anders naar een dier kijken dan wanneer je alleen van foto’s/afbeeldingen tekent.

Ook beroemde kunstenaars zoals Rembrandt en Breitner maakten vlotte schetsen van dieren.



GEBROKEN TEKENSTIJL
Tenslotte kan het bij het natekenen van dieren (in het echt of van afbeeldingen) helpen om de zogenaamde gebroken tekenstijl te gebruiken; je tekent (delen van) het dier eerst in losse rechte lijntjes en pas daarna maak je mooie rondingen.

Conclusie: kant-en-klare methodes zoals de kat in drie stappen zijn leuk en succes is gegarandeerd maar het is ook goed om je eigen observatievermogen en creativiteit te leren gebruiken. Dat kan je dan ook toepassen op andere dieren in andere houdingen.