
Wie een kat wil leren tekenen komt al gauw bij de volgende soort instructies terecht.”Hoe teken ik een kat in een x-aantal stappen?” Er wordt begonnen met wat cirkels en lijnen en pas na een aantal stappen komt het dier tevoorschijn. Toevallig in dezelfde houding als een van de eerst getekende katten ooit (boven).



Een nogal extreem voorbeeld van zo’n stapsgewijze schematische opbouw kwam ik tegen op internet : “Teken een realistische koe in 12 stappen”. Helaas zag ik zelfs in de afgebeelde stap 9 nog steeds geen koe.


Een totaal andere benadering is om het dier, in het echt of van een afbeelding, te observeren en pas tijdens het tekenen te kijken of- en waar je misschien een hulplijn kunt gebruiken. Dit kun je toepassen op elk dier in elke houding (in het echt of van afbeeldingen). Ik laat wat voorbeelden zien.

Bij het tekenen van deze mier (van een foto) was het in het begin handig om even de verhoudingen te bepalen tussen de lichaamsdelen, net als een hulplijntje voor de wat hogere positie van de kop ten opzichte van de ‘staart’. Dat hoeft helemaal niet strak zoals hieronder. Hulplijntjes kun je super licht tekenen en later uitgummen.

Bij een liggende leeuw, net niet helemaal van opzij en dus perspectivisch iets verkort, was het goed om de verhouding te bepalen tussen de enorme kop en de (kleinere) rest van het lichaam. Zo zou je in het begin de omtrek van de indrukwekkende manen kunnen vereenvoudigen met een paar lichte hulplijntjes (hier niet aangegeven).

Bij het tekenen van deze witte gans is de vorm van het lijf eerst vereenvoudigd (ongeveer een schuine ovaal). Ook zijn er hulplijntjes gebruikt voor de stand van de poten en de nek.

Bij deze koe van opzij waren licht getekende hulplijnen handig voor richtingen en verhoudingen.

Bij deze vogel uit een favoriete strip (Little Nemo in Slumberland) ben ik heel schetsmatig begonnen (links). Zo had ik meteen ongeveer de juiste lengtes en richtingen te pakken. Uitwerken, met een gummetje bij de hand, is dan veel makkelijker.

SCHETSEN VAN LEVENDE DIEREN
Misschien vind je het net als ik leuk om schetsjes te maken van levende dieren, bijvoorbeeld een huisdier of dieren in een dierentuin. Als dieren bewegen wordt je gedwongen om losser en vlotter te schetsen. Je kunt natuurlijk beginnen met slapende dieren. Je gaat al schetsend totaal anders naar een dier kijken dan wanneer je alleen met foto’s/afbeeldingen werkt.

Ook beroemde kunstenaars zoals Rembrandt en Breitner maakten vlotte schetsen van dieren.



GEBROKEN TEKENSTIJL
Tenslotte kan het bij het natekenen van dieren (in het echt of van afbeeldingen) helpen om de zogenaamde gebroken tekenstijl te gebruiken; je tekent (delen van) het dier eerst in losse rechte lijntjes en pas daarna maak je mooie rondingen.

Conclusie: kant-en-klare methodes zoals de kat in drie stappen zijn leuk en succes gegarandeerd maar het is ook goed om je eigen observatievermogen en creativiteit te leren gebruiken. Dat kan je dan ook toepassen op andere dieren in andere houdingen.