
Schaduwbeelden (of schimmen of silhouetten) zijn ongrijpbare vormen. Details ontbreken en ze kunnen heel vaag zijn.


Oefening 1: Leg een paar kleine knipsels van herkenbare/realistische figuren uit een krant of tijdschrift los op papier en teken zo licht mogelijk de omtrek ervan. Schuif de knipsels weg en vul de overgebleven vormen zo gelijkmatig mogelijk in met grijstinten (2B potlood of zachter) of donkere kleuren.
In mijn voorbeeld zijn de krantenknipsels van een hond en een vogel verwerkt. De andere twee schaduwbeelden waren toevallig overgebleven knipsels die ik er mooi bij vond passen.

In een beroemd shot uit een oude horrorfilm loopt het schaduwbeeld van een griezelige figuur (Dracula) de trap op naar de deur van een kamer waar zijn slachtoffer zich bevindt.

Oefening 2: Teken een kader van 15 x 10 of 12 x 8 cm. Probeer het filmshot na te tekenen. Je mag de figuur van Dracula best veranderen. Gebruik een zacht potlood (2B of zachter). Let op de verschillende overgangen tussen donker en licht, die soms scherp en soms wazig zijn. Je kunt eerst een zo licht mogelijke lijntekening maken zoals hieronder. Uiteindelijk mogen de lijnen niet meer duidelijk zichtbaar zijn.

EXTRA 1: Kijk af en toe om je heen om te zien of je duidelijke schaduwbeelden tegenkomt, bijvoorbeeld geprojecteerd op een muur in de avond. Kies een deel uit dat je leuk vindt om na tekenen, eventueel in een klein kader.
EXTRA 2: Fantaseer op klein formaat een eigen schimmenspel.

