
Een goed gum (niet vlekkend!) is een fijn tekeninstrument. Het is alleen super irritant als het papier tijdens het gummen ineens kreukelt of scheurt. Houd daarom je papier goed strak met je andere hand terwijl je gumt. Je gumt dan in het gebied tussen je duim en wijsvinger.
Oefening 1: teken zomaar iets ergens op je papier en gum het uit op de manier zoals hier afgebeeld, dus zonder het papier zelf te bewegen.

Tekenen met een gum
Met een goed gum kun je licht in het donker tekenen, schaduwen veranderen en lijnen lichter maken. Dit werkt het mooist als je zachte potloden gebruikt (2B, 3B enzovoort).

Oefening 2: teken lekker donker een cirkel (links). Maak een deel van de omtreklijn lichter met je gum (rechts).


Oefening 3: teken de figuur met schaduw (links). Verander de schaduw met je gum (rechts).


De combinatie van grijstinten en gummen kan een ‘kale’ lijntekening (links) wat sfeer geven. Eerst is de hele lijntekening bedekt met een grijstint (midden). Tenslotte zijn sommige delen juist weer lichter gemaakt met een gum (rechts).

Oefening 4: Trek de volgende lijntekening lichtjes over (of teken hem na) en probeer dezelfde stappen als hierboven toe te passen. Voel je vrij om te improviseren waar je met je gum de lichte delen aanbrengt.

Een vuil geworden gum kun je eenvoudig met een schuurpapiertje schoonmaken.
