Het is heerlijk om te kunnen schetsen, iets uit je omgeving of uit je fantasie. Misschien een snelle notitie van een indruk of idee dat je wilt onthouden. In schetsen mag je rommelen, krabbelen, uitschieten, vlekken en eindeloos veranderen.

Schetsen kunnen bestaan uit een paar lijnen, zoals mijn schetsjes van leerlingen die een toets zitten te maken …

… of een hoop krabbels, zoals bij een meisje leunend op een tafel en een moeder met haar kind op het vliegveld.

Grote kunstenaars uit het verleden zijn vaak ook meesters in het schetsen. Een treffend voorbeeld is een portret uit 1922 van de dichter Rilke door de Russische kunstenaar Leonid Pasternak. Je kunt bijna voelen hoe zijn tekenhand voortdurend in beweging was. Alleen het hoofd is wat zachter uitgewerkt. Let eens op alle krabbels van figuren en gebouwen om de figuur heen. Pasternak heeft de schets gebruikt als voorbereiding voor een schilderij.

Oefening 1: Teken een kader van ongeveer dezelfde verhoudingen. Maak in maximaal 5 minuten een eigen schets van de tekening van Pasternak. Precies natekenen is onmogelijk dus daarover geen zorgen! Probeer vooral de losse manier van schetsen na te bootsen waarbij je ook afwisselt tussen licht en donker.

Ten slotte: als je de volgende twee schetsjes ziet zou je waarschijnlijk niet zeggen dat het de allereerste stappen zijn in het ontwerp van een spectaculair museum in een groot park in Parijs. Schetsen kunnen aan de basis staan van grote kunstwerken.


