In de les Hoofden en gezichten deel 2 eindigde ik met een voorbeeld waarin je het gezicht niet alleen een beetje gedraaid maar ook iets van onderaf ziet. In zo’n geval kunnen lichte hulplijnen van pas komen want voor je het weet teken je de stand in het begin verkeerd en vraag je je daarna steeds af waarom het maar niet wil lukken.
Hier zijn wat tips als je een iets andere positie wil tekenen dan precies van voren, opzij of in driekwart.
Oefening 1: teken een hoofd schuin naar links en schuin naar rechts. Gebruik de hulplijnen door het midden van het hoofd.
Oefening 2: Teken een hoofd dat naar achteren is gebogen en een hoofd dat naar voren is gebogen. Gebruik de constructielijnen die meebuigen/meedraaien met het hoofd. Wanneer je een hoofd van onderen tekent, wordt de bovenste helft veel kleiner. Je ziet ook duidelijk de bovenlip en neusgaten. Wanneer je een hoofd van bovenaf tekent, wordt juist de onderste helft kleiner. Je ziet dan juist het schedeldak, de onderlip en de neusbrug beter.
EXTRA 1: op een wereldbol kun je grappige gezichtjes in allerlei standen uitproberen.
EXTRA 2: Met de tips uit deze les kun je eens proberen om jezelf of iemand anders na te tekenen in een houding/pose die je mooi vindt (of die jouw model prefereert). In het volgende portret is het hoofd gedraaid en een beetje naar beneden gericht, waardoor hij iets omhoog moet kijken om ons recht aan te kijken.