
Er zijn natuurlijk meer standen van het hoofd mogelijk dan profiel, frontaal of driekwart. Hulplijnen kunnen dan van pas komen, want voor je het weet teken je de stand in het begin verkeerd en vraag je je daarna steeds af waarom het maar niet wil lukken. In de studie van een oude man zien we zijn gezicht niet alleen een beetje gedraaid maar ook een beetje van onderaf. Hulplijnen hoef je maar heel licht te tekenen of zelfs alleen in gedachten.

Oefening 1: teken een hoofd schuin naar links en schuin naar rechts.

Oefening 2: Teken een hoofd dat achterover buigt en een hoofd dat voorover buigt. Laat zien hoe constructielijnen meebuigen/meedraaien met het hoofd. Wanneer je een hoofd van onderaf tekent, wordt de bovenste helft veel kleiner en zie je bijvoorbeeld duidelijk de neusgaten. Wanneer je een hoofd van bovenaf tekent, wordt juist de onderste helft kleiner.

Oefening 3: Kies een van de posities om te tekenen. Bij deze ruimtelijke studies is de overgang naar de nek, rug en schouders belangrijk. Bij een aantal posities is het handig om met een cirkel (eigenlijk een bol) te beginnen. Let goed op de hulplijnen, die essentieel zijn in dit soort studies.

EXTRA: Laat een door jou gekozen studiefiguur naar iets kijken. Het gaat om een goede positionering ‘in de ruimte’ zodat de kijkrichting klopt.


In schilderijen kom je prachtige voorbeelden tegen van hoofden in allerlei standen. Hier een detail met twee hoofden uit het schilderij ‘We, in the eye of the wind’ van de Zuid-Koreaanse kunstenares Chae Eun Rhee, tentoongesteld in Fenix, het nieuwe museum in Rotterdam over migratie.
