Het is heerlijk om te kunnen schetsen, iets uit je omgeving of uit je fantasie. In schetsen mag je rommelen, krabbelen, uitschieten, vlekken en eindeloos veranderen.

Schetsen kunnen bestaan uit een paar lijnen, zoals mijn schetsjes van leerlingen die een toets zitten te maken …

… of een hoop krabbels, zoals bij een meisje leunend op een tafel en een moeder met haar kind op het vliegveld.

Voor schetsen is het fijn om losser te leren tekenen zonder zorgen over een eindresultaat. De volgende oefeningen zijn experimentjes om dat uit te proberen.
Oefening 1: Teken met je ogen dicht achtereenvolgens een stoel- iemand die er op zit – een tafel – een tafellamp – een deur. Herhaal dit met de volgende ingrediënten: een kast – een tapijt – een bed – iemand die op het bed ligt – een raam. Als je samen bent met iemand kun je elkaar dit soort opdrachtjes geven.

Oefening 2: leg een prop papier voor je neer of een bij elkaar gefrommeld groepje bladeren, in ieder geval iets wat eigenlijk veel te moeilijk/rommelig/onoverzichtelijk is om precies na te tekenen. Probeer zonder al teveel naar je papier te kijken te tekenen wat je ziet aan schaduwen, vormen en lijnen. Leg het ‘stilleventje’ iets anders neer en herhaal de oefening.

De grootste kunstenaars zijn meestal meesters in het schetsen. Een treffend voorbeeld is een portret uit 1922 van de dichter Rilke door de Russische kunstenaar Leonid Pasternak. Je kunt bijna voelen hoe zijn tekenhand voortdurend in beweging was. Alleen het hoofd is wat zachter uitgewerkt. Let eens op alle krabbels om de figuur heen. Schetsen hoeven geen perfect uitgewerkte tekeningen te zijn. Pasternak heeft de schets gebruikt als voorbereiding voor een schilderij.

Oefening 3: Teken een kader van ongeveer dezelfde verhoudingen. Maak in maximaal 5 minuten een eigen schets van de tekening van Pasternak. Precies natekenen is onmogelijk dus daarover geen zorgen! Probeer vooral de losse manier van schetsen na te bootsen waarbij je afwisselt tussen licht en donker. Voor grotere formaten adviseer ik houtskool of Siberisch krijt.

EXTRA: Maak in een een schetsboekje/dummy kleine schetsjes van stukjes van je omgeving, binnen of buiten. Gebruik een 2B-potlood, fineliner of een ander materiaal dat je lekker vind. Hoe meer je schetst, hoe natuurlijker het aanvoelt.
Ten slotte: als je de volgende twee schetsjes ziet zou je waarschijnlijk niet zeggen dat het de allereerste stappen zijn in het ontwerp van een spectaculair museum in een groot park in Parijs.


